Idar-Oberstein 2021

In een vorig blog heb ik ons eerste bezoek aan Idar-Oberstein beschreven. Dat was in de zomer van 2020. Dit jaar is de vakbeurs Intergem eind september daar gehouden en wij zijn er geweest.

Code geel

Net als vorig jaar blijft het lang spannend of de grenzen open zijn en blijven en er geen quarantaineplicht of iets dergelijks is voor Nederlanders die naar Duitsland komen. De covid19 is nog (lang) niet weg en de regels zijn overal anders.
We huren hetzelfde appartement in Herrstein als vorig jaar. Met spanning volgen we week na week de situatie en kijken of de Intergem toegangskaarten gaat verkopen. Dit laatste duurt best lang. Kennelijk wordt het steeds uitgesteld. Pas begin september start de verkoop en twee weken later zijn we onderweg. We mogen!

Intergem

Op de openingsdag van de Intergem 2021, zijn we van de partij. Enige vorm van ‘behoorlijk onder de indruk’ hebben we wel. Omdat dit onze eerste maal is, kunnen we niet vergelijken met eerdere jaren. Er zijn dit jaar ruim 90 exposanten. Van horen zeggen zijn dat er ooit rond de 150 geweest. Ruim 90 is voor ons nu genoeg. De heel luxe zaken, met edelstenen van tonnen, laten we links liggen. We kijken in de etalages, dat wel. Prachtige aquamarijnen, smaragden, saffieren. En niet bepaald kleintjes.

Bijzondere ringen worden geshowd tijdens de modeshow.

We kijken rond, snuffelen bij de groothandels, maken hier en daar een praatje en gaan met een vol hoofd naar ons vakantiehuis terug. De volgende dag weten we wat we kunnen verwachten en gaan over tot aankopen van een aantal edelstenen op ons wensenlijstje. Maar eerst is er een ‘schmuck show’. Een drietal mooie jongedames en een heer showen exclusieve sieraden. Uiteraard is dit meer gericht op juweliers die komen inkopen voor hun zaak, maar voor ons levert het inspiratie op. En het is gewoon prachtig om te zien! Ja, ook de heer en de dames.

Fordite

Tot Gers verrassing is er een Italiaanse edelsteenslijpster die Fordite verkoopt. Wattuh? Fordite! Eigenlijk is dit helemaal geen steen, maar wordt wel als zodanig gebruikt in sieraden.

Ford en Fordite.

Fordite bestaat uit laagjes autoverf. In de vorige eeuw, tot de jaren 80 ongeveer, werden auto’s met de hand gespoten. In de spuiterij zijn daardoor verschillende kleuren emailverf als laagjes op elkaar gekomen. In de loop van de jaren is het geheel uitgehard en sinds een aantal jaar wordt het geslepen, gepolijst en in sieraden gebruikt. Fordite (in het Nederlands is Forderiet misschien beter) wordt ook wel Detroit agaat genoemd. Detroit is een stad in Michigan (VS) en daar stond het hoofdkwartier van o.a. het automerk Ford. Nu snap je vast meteen waar de naam Ford(ite) vandaan komt.

Jakob Bengel

Vorig jaar hebben we het Jakob Bengel Industriedenkmal overgeslagen. Vooral omdat we dachten dat het een stoffig, duf museum zou zijn. Niets blijkt minder waar!

We hebben van horen zeggen dat een bezoek aan Jakob Bengel de moeite waard is, maar zelf hebben we geen idee wat we ons moeten voorstellen bij een Industriedenkmal. We besluiten ons aan te melden voor een rondleiding. Dat wordt een privé-rondleiding door een super enthousiaste dame die uitstekend Engels spreekt.

De oude fabriekshal, nog steeds in gebruik.

In 1873 start Jakob Bengel een fabriek voor het maken van kettingen en kostuumjuwelen. Hij maakt gebruik van onedele metalen en verchroomd deze. Alle machines worden zelf ontworpen en in de loop van de jaren steeds aangepast. Elke aanpassing zorgt voor een beter resultaat, of een makkelijkere manier van werken voor de werknemers. Jakob Bengel zorgt goed voor zijn werknemers. Er komt bijvoorbeeld een speciaal gebouw waar de werknemers wonen.

Selectie van sieraden, gemaakt bij Jacob Bengel.

Hij reist de hele wereld over met een grote koffer vol met voorbeelden van kettingen. Als hij na enkele maanden terugkomt heeft hij een vol orderboek. De omzet groeit en groeit en daarmee de fabriek ook. In de jaren twintig en dertig van de 20ste eeuw produceert de fabriek Art Deco-stijl juwelen. Deze zijn gemaakt van verchroomd metaal en galaliet. Dat laatste is een semi-synthetische kunststof waarbij gebruik wordt gemaakt van caseïne (melkeiwit uit liters en liters melk). Galaliet wordt tegenwoordig nauwelijks meer gemaakt. In Italië is nog een producent en dat is waar de fabriek in Idar-Oberstein zijn stukken nu nog vandaan haalt. Het probleem is de formaldehyde die nodig is voor de productie.

Platen galaliet, uit een oude voorraad van de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw.

Je leest het goed, de fabriek koopt nog steeds galaliet in. De fabriek draait ook nog steeds! Al is de omzet eind vorige eeuw steeds verder ingezakt en worden dezelfde kettingen nu ergens in Azië gemaakt, tot op de dag van vandaag heeft de fabriek nog een paar klanten. Verder is het een museum. Alles is ondergebracht in een stichting zodat de fabriek en alles wat daarbij hoort bewaard blijft voor de toekomst. Een prachtig stuk historie.
Wij hebben genoten van bijna twee uur rondleiding, het verhaal, en het zien van machines in werking. Als goudsmid kan ik alleen maar dromen van de gereedschappen die ze daar hebben. De enorme keuze in stempels en reliëfplaten bijvoorbeeld. Al was en is het een fabriek, er werd nog best veel handmatig gedaan.

Ben je ooit in Idar-Oberstein, sla dan Jakob Bengel Denkmal vooral niet over. Het is echt de moeite waard!

Dit bericht is gepost in Blog. Bookmark de link.